banner
 
header
Mystieke benadering

Inleiding

Wanneer we tachyon energie integreren in ons leven, worden we meer bewust. Wie regelmatig de cocoon gebruikt, zal langzaam maar zeker meer rust ervaren in zijn leven. Gewone religies slagen er niet in om de mens bewuster te doen leven. Als ik als jonge man in de kerk braaf naar de mis ging en de priester sprak over Jezus die ons ging verlossen en ik rond mij keek, zag ik maar weinig mensen die er verlost uitzagen. De mystici echter hebben ons echter wel iets te leren, iets door te geven. Het moeilijke is dat dit geen kennis is in de gewone zin het woord, maar lessen in bewustzijn. In het westen wordt onze mind gecultiveerd, het is de basis van de wetenschap. In het Westen hebben psychologen zoals Freud en Jung onze mind bestudeerd. In het Oosten heeft men zich daarentegen met de no-mind bezig gehouden. Waarom de mystici zich zo hebben verdiept in de no-mind, zij het via Yoga, Tantra of Zen, kan misschien makkelijker begrepen worden met een verhaal begrepen door de ogen van de mysticus Osho.

 

De betekenis van de val van Adam

Laten we eens even dieper ingaan op het volgende verhaal, een van de mooiste die ooit zijn bedacht: het verhaal van de val van Adam. Het vertelt dat God Adam verbood om van de Boom van Kennis te eten. Zen zal het er volkomen mee eens zijn, want het is kennis die je dom maakt, het is kennis die je niets laat weten. Adam was tot weten in staat geweest, voordat hij van de vrucht van de Boom van Kennis had gegeten. Meteen nadat hij van kennis had gegeten, nadat hij slim was geworden, wist hij niets meer. De onschuld was verloren gegaan, hij was sluw en slim geworden. Hij was die intelligentie kwijtgeraakt. Hij begon in intellectuele zin te groeien, maar intelligentie was er niet meer. Intellect heeft niets met intelligentie te maken. Het staat er juist tegenover, het is tegengesteld. Hoe meer je een intellectueel bent, hoe minder intelligent je bent, vast en zeker.
Intellect is een vervangingsmiddel om het gebrek aan intelligentie te verbergen. Het is valsemunterij. Heb je geen intelligentie, vervang het dan door intellect. Natuurlijk is dat goedkoop. Je kunt het overal kopen, je kunt het krijgen. In feite willen mensen veel te graag hun kennis aan ons kwijt. Ze staan klaar om al hun rotzooi naar ons toe te gooien.

Adam werd slim, vandaar de val. Kennis is dus de val. Het verhaal gaat dat hij een appel at, een vrucht van de Boom van Kennis. Het kan geen appel zijn. Er groeien geen appels aan de Boom van Kennis. Ergens is het verhaal in de war geraakt. Appels zijn zo onschuldig. Je kunt niet uit het paradijs gegooid worden, verbannen worden, gewoon door een appel te eten. God kan niet zo boos op ons zijn. Nee, het kan geen appel zijn, zeggen de mystici, de appel is gewoon een metafoor. Het is vast ‘het woord’, taal. Aan de Boom van Kennis groeien vruchten van woorden, begrippen, filosofieën, systemen, geen appels. Laat die appel maar zitten. Het gaat om het woord.

En dan de slang, de eerste leraar van de mensheid, het eerste onderwijssysteem. Die slang is de eerste demagoog, de eerste academicus. Hij heeft de truc van kennis onderwezen, hij heeft Eva overgehaald om te eten. Hij kon Adam niet direct overhalen. Waarom kon hij Adam niet direct overhalen? Waarom moest hij eerst Eva overhalen? Eva is kwetsbaarder, vrouwen zijn altijd kwetsbaarder, opener, zachter. Iedereen kan hen overal mee naar toe nemen, ze zijn makkelijker onder suggestie te brengen, ze kunnen eerder gehypnotiseerd worden dan mannen. De slang haalde de vrouw over. Hij was niet alleen de eerste academicus, hij was ook de eerste verkoper. En hij heeft het goed gedaan.

Maar hij had geen ongelijk. Hij had gelijk met alles wat hij zei. Hij zei: ‘Jullie zullen er slim van worden, jullie zullen weten wat wat is. Als je niet van deze vrucht eet zul je nooit weten wat wat is.’
 Er bestaat een soort weten dat totaal anders is: je weet en toch kun je niet weten wat wat is. Het is een heel diffuus soort weten. Het verdeelt niets in categorieën, het maakt geen onderverdeling, het analyseert niet. Adam moet in die onschuld van niet analyseren geleefd hebben. Wetenschap was niet mogelijk, religie wel, alles was ervan doordrenkt. Adam moet een mysticus geweest zijn voordat hij van de Boom van Kennis had gegeten. Boom van Kennis... zo is elk kind ook een mysticus. Elk kind is een geboren mysticus en vervolgens slepen we hem naar school en het onderwijs en de slang. De slang is de beschaving, de cultuur, de conditionering.
En de slang is zo’n sluw dier dat het een perfecte metafoor lijkt. Zo’n flexibel dier, zo glibberig. Net als logica. Je weet nooit welke kant hij opgaat. En hij beweegt zich zonder poten voort, hij heeft geen poten om te bewegen. Maar hij gaat wel snel, precies als de leugen. Hij heeft geen poten, daarom moet de leugen altijd poten lenen van de waarheid. Daarom doet elke onware uitspraak zijn best om te bewijzen dat hij waar is. Dat zijn de geleende poten.
 De slang, de eerste leraar, de eerste academicus, wist Eva te overtuigen en natuurlijk kon Eva Adam gemakkelijk overtuigen. De vrouw heeft altijd macht over de man gehad, wat de man ook pretendeert te zijn, wat de man ook denkt, dat doet er niet toe. De man blijft maar pretenderen dat hij meer macht heeft. Dat is gewoon onzin. En de vrouw laat de man maar in die waan. Het is prima, laat hem in die waan. Het verandert niets aan de situatie.
Adam trapte erin, hij raakte geïnteresseerd. Hij moet gedacht hebben dat hij actiever zou worden als hij slimmer werd. Hij zou meer te weten komen. Hij is vast ambitieus geworden. Dat is wat de slang heeft gedaan, de slang heeft gezegd: ‘Jullie zullen worden als de goden, machtig als de goden. Daarom heeft God jullie verboden om ervan te eten. Hij is bang. Hij is jaloers.’
Iedere zoon denkt net zo, dat de vader jaloers op hem is, dat hij bang voor hem is, dat hij wil dat hij nooit zo machtig wordt als hij, zodat hij altijd de zaak onder controle kan houden.
Deze bijbelse parabel is zo’n geweldige parabel. Er zit zo’n geweldig inzicht in. Adam verkeerde in een staat van weten, toen werd hij slim. Religie verdween, wetenschap werd geboren. Wetenschap... het woord wetenschap betekent precies kennis. Die vruchten waren de vruchten van de wetenschap. Hij verloor zijn onschuld en werd sluw.
Elke keer dat een kind ter wereld komt gebeurt dit. Elk kind wordt in de tuin van God geboren, de Hof van Eden. En elk kind wordt door de slang van de beschaving, de cultuur, het onderwijs, overgehaald. Elk kind wordt geconditioneerd, wordt getrokken, gemanipuleerd naar ambitie, naar egodoelen. Word als goden, dat is de hele gedachte die achter de wetenschap zit. De wetenschap denkt dat we op een goede dag in staat zullen zijn om alle mysteries te kennen en dat de mens dan een god zal zijn, met oneindig veel macht. Het is een ambitie, een egotrip.

We sleuren elk kind naar het ego toe. En het ego leeft van de taal. Dus hoe meer het kind welbespraakt is, hoe meer egoïstisch het wordt. Hoe beter het zich kan uitdrukken en door taal kan communiceren, hoe beroemder het wordt. Het wordt een leider van mensen, of een groot schrijver, een dichter of wat dan ook. Dit zijn de mensen die de beroemdste mensen ter wereld zijn. Het wordt een denker of een professor of een filosoof. Dit zijn de mensen die domineren.
Waarom domineren ze in deze wereld? Degene die welbespraakt is in de taal is de dominante. Je kunt je geen domme leider voorstellen en je kunt je niet iemand voorstellen die beroemd wordt en die niet kan spreken en geen uitdrukking kan geven aan wat hij denkt. Onmogelijk. Beroemdheid komt allemaal op de taal neer. Dus begint het kind steeds meer in de taal verstrikt te raken, in het woord.

Nog iets over dat bijbelse verhaal. Het verhaal gaat dat Adam door God verbannen werd. Dat klopt niet. God kan niet verbannen. In die zin is God machteloos. Waarheen moet hij verbannen? Waarheen? Het is overal dezelfde tuin, overal waar je bent, ben je in de tuin. Van de ene kant naar de andere is het de Hof van Eden. Er is geen enkele manier om iemand te verbannen. Het rijk Gods is oneindig, hoe kan hij je dan verbannen? Waarheen moet hij je verbannen? Er is geen andere plek. Die wereld van hem is de enige, er bestaat geen andere wereld. Adam wordt niet verbannen. God kan hem niet verbannen omdat er geen plek is om hem naar toe te verbannen.
Ten tweede, God kan niet verbannen omdat Adam God is. Adam maakt deel van God uit, hoe kun je een deel van jezelf verbannen? Wij kunnen onze handen niet verbannen en wij kunnen onze benen niet verbannen. Dat is niet mogelijk. De verbanning van Adam zou betekenen dat God zichzelf verminkt. Nee, dat kan hij niet doen, hij is geen masochist, hij kan zichzelf niet in stukken snijden.

God is mededogen. Adam wordt niet verbannen. Wat is er dan gebeurd? Adam is in slaap gevallen. Hij is in slaap gevallen nadat hij van de vrucht van de Boom van Kennis heeft gegeten. Nu kijkt hij niet langer naar de werkelijkheid, maar droomt hij ervan. Nu heeft hij zijn eigen ideeën, zijn eigen begrippen, zijn eigen visie. Nu fabriceert hij zelf, nu blijft hij maar uitvinden. Liever dan te zien wat er is, blijft hij maar uitvinden. Hij gebruikt dat wat er is alleen maar als een scherm om zijn taalwereld op te projecteren.
Om wille van het inzicht dat de mind ons afscheidt van het bestaat, ons ego creërt en ons een persoonlijkheid geeft maar van ons nooit een gekristaliseert individu kan maken, is men in het Oosten dieper gaan graven.

 

Het transcenderen van de Mind

In het Westen hebben we getracht hoe we de brokstukken van de mind kunnen samen brengen, hoe we ze aan elkaar kunnen lijmen. Maar dat kun je geen echte eenheid noemen. Of je ze nu lijmt of niet, ze blijven toch onderscheiden van elkaar. Een menigte kan veranderd worden in een leger. Dan is ze samengenomen, dan is ze geen bende meer. Maar de velen zijn nog steeds velen, misschien tot een zekere orde gebracht, alsof je een hoop bloemen hebt en daar een slinger van maakt: met een draad worden alle bloemen met elkaar verbonden, zodat er een eenheid ontstaat.
Daar was Jung mee bezig: hoe breng je deze brokstukken samen, hoe plak je ze aan elkaar. Daar komt zijn hele proces van individuatie op neer.

Volgens de Oosterse mystici is de echte ervaring van individuatie totaal anders: je lijmt de fragmenten niet aan elkaar, je zorgt er eenvoudig voor dat ze verdwijnen, je geeft ze op. En als dan alle brokstukken van de mind verdwenen zijn. Ze verdwijnen steeds verder en verder naar de achtergrond, vind je plotseling het goddelijke. Als de mind helemaal verdwenen is, wordt het gevonden. Niet doordat de mind zich samenpakt volgens een bepaalde methode, niet door de mind samen te voegen tot een bepaald verbond. Een verbond is iets anders dan een eenheid. Een verbond is enkel de orde die je oplegt aan een chaos.

Als je dit doet, krijg je een verkeerd soort individuatie. Je voelt je dan beter dan voorheen, omdat je nu niet meer een menigte bent, een bende, en je niet allerlei geluiden door elkaar hoort. Ze kunnen tot een zekere harmonie gebracht zijn, een zeker patroon kan in je ontstaan zijn. Je bewuste mind kan in vriendschap verkeren met het collectieve onbewuste en zich niet vijandig opstellen. De afzonderlijke bloemen kunnen met een draad verbonden zijn, zodat je meer iets hebt van een compositie dan van een hoop bloemen. Maar desondanks kan van individuatie van de mystici, nog geen sprake zijn.
Individuatie is niet de eenheid van mind maar de verdwijning van de mind. Als je volkomen leeg van mind bent, ben je één. Een no-mind worden is het proces van echte individuatie.
Jung tastte in het duister rond en kwam daarbij toch heel dichtbij. Juist zoals Democritus dichter bij de atomaire structuur van de materie kwam, maar hij was net zo ver van echte individuatie verwijderd als Democritus verwijderd was van echte moderne natuurkunde. Moderne fysica is niet een vorm van speculatie, ze is iets waar het bewijs van geleverd wordt.
Voor het oosterse inzichten is individuatie geen speculatie, het is een ervaring. Voordat je het éne kunt kennen, moet je vaarwel gezegd hebben tegen het vele: je moet volkomen leeg kunnen worden. Individuatie is de bloei van innerlijke leegte: gelukzaligheid bloeit in je als je volkomen leeg bent. In het meer van de leegte bloeit de gouden lotus. Het is dus een heel verschillend proces. Jung probeert alle stukken bij elkaar te krijgen, alsof er een spiegel is gevallen en je hem weer probeert te repareren door alle scherven aan elkaar te lijmen. Je kunt alles aan elkaar lijmen maar je krijgt nooit dezelfde spiegel terug. Een gebroken spiegel is en blijft een gebroken spiegel.
In het Oosten is het werk vanuit een heel andere dimensie ondernomen: we moeten die mind laten voor wat hij is, elk deel van die mind
moeten we langzaam laten schieten. In diep bewustzijn, door een meditatieve houding, verdwijnen de gedachten en verliest de mind vroeg of laat zijn inhoud. En als de mind zonder inhoud is, is het een no-mind want de mind is als zodanig niets anders dan het hele proces van denken. Als je zonder denken bent, als zelfs geen enkele gedachte je wezen nog in beroering brengt, dan heb je de no-mind. Je kunt dat individuatie noemen, je kunt het samadhi noemen, je kunt het nirvana noemen of wat je maar wilt.

Voor de klassieke wetenschapper bestaat er enkel het fysieke lichaam en de mind is een bijproduct. De quantumfysica is erin geslaagd om het fysieke atoom open te breken en heeft een nieuwe wereld ontdekt. Hoe dieper men graaft, hoe meer het duidelijk wordt dat materie niet vast is maar pure energie is en hoe meer men openbreekt, hoe meer bewustzijn ze aantreffen. Van een deeltje kan men zeker zijn, maar een electron lijkt een eigen wil te hebben. Volgens de mystici hebben we niet enkel één lichaam, we hebben er zeven, elk met zijn eigen centrum, zijn eigen chakra.

 

De betekenis van de zeven chakra’s

Het harachakra is de bron van al onze energie. Die ontspringt daaraan net zoals een boom met al zijn takken uit zijn wortels oprijst. Volgens Patanjali verdeelt de energie zich over zeven centra, maar in eerste instantie komt alle energie toch uit de hara. Vanuit de hara kan de energie opstijgen.
Het zevende chakra ligt in het hoofd en het zesde chakra is wat we het derde oog noemen. Het vijfde chakra bevindt zich in onze keel en het vierde chakra is precies in het midden, in het hart. Beneden het hart vind je drie centra en boven het hart drie centra. Maar alle zeven centra groeien als een boom uit de oorspronkelijke bron die de hara is. Daarom heet zelfmoord in het Japans harakiri. Men snijdt zich niet de keel door en evenmin onthoofdt men zich. Zij doorboren gewoon hun hara met een mesje - precies vijf centimeter beneden de navel - en de dood treedt in. En je hoeft niet eens te merken dat iemand zelfmoord heeft gepleegd. Het lichaam heeft alleen zijn energie laten ontsnappen, de bron is geopend.

De mystici proberen ons terug te voeren naar de meest oorspronkelijke bron. Daarna staat het ons vrij de energie naar elk chakra te brengen dat we verkiezen.
Tussen het eerste chakra, de hara, en het zevende chakra in ons hoofd kan de energie zich bewegen zoals de energie door de verschillende takken van een boom stroomt - van de wortels tot de allerhoogste bloesem. De hara is de bron. Als die tot bloei komt, bereikt die eensklaps het zevende chakra - na het hart en de keel te hebben doorboord, en ontluikt daar als een lotus. De mens is ook een boom die tot bloei komt.
Er zijn verschillende manieren om naar iets kijken. De yoga van Patanjali is een manier, tantra een totaal andere. Tantra is meer een gevoelsweg, Patanjali benadert de dingen meer intellectueel en wetenschappelijk.

De boeddha vind je alleen maar in de hara, niet in het hart. De energie kan naar het hart gebracht worden, dan uit ze zich als liefde. De energie kan naar het derde oog gevoerd worden, dan zullen we dingen kunnen zien die normaal niet zichtbaar zijn - aura's van mensen, de aura van voorwerpen, een soort röntgenenergie die dieper in de dingen kan doordringen. Als de energie naar het zevende chakra stroomt wordt - om met Patanjali te spreken - samadhi bereikt, je wordt verlicht.

 

Het bewustzijn in de zeven lichamen

De mens is dus een regenboog met alle zeven kleuren. Dat is zijn schoonheid maar tegelijk zijn probleem. De mens heeft zoveel kanten, zoveel dimensies. Zijn wezen is verre van eenvoudig, het is erg complex. En de harmonie die we God noemen, de goddelijke melodie, wordt uit die complexiteit geboren.
Het eerste dat we dus van de mens dienen te weten, is dat hij nog niet bestaat. De mens is alleen een mogelijkheid, een potentieel. De mens kan er komen, de mens is in het vooruitzicht gesteld. Een hond is er, een rots is er, de zon is er... de mens kan er zijn. Daaruit komt zijn onrust en bestaansangst voort, want je weet maar nooit, niets is zeker. Je kunt tot bloei komen, je kunt ook niet tot bloei komen. Vandaar die innerlijke siddering en huivering bij de gedachte: Wie kan me zeggen of het me wel zal lukken?
De mens is een brug tussen de dierlijke natuur en de goddelijke. Dieren zijn zielsgelukkig. Ze zijn zich daar natuurlijk niet van bewust, ze zijn niet op een bewuste manier gelukkig maar toch zielsgelukkig, zorgeloos, niet neurotisch. God is enorm gelukkig én bewust. De mens zit daar precies tussenin, in een schemerzone, altijd aarzelend tussen zijn en niet zijn.
In die optiek is de mens een regenboog omdat het beeld van de regenboog ons het volledige perspectief schenkt waarin we de mens kunnen begrijpen, van het laagste tot het hoogste. De regenboog telt zeven kleuren, de mens heeft zeven centra van waaruit hij leeft. Het getal zeven heeft al heel vroeg een allegorische waarde gekregen.
De mystici benoemen deze zeven centra als volgt:

Het eerste stadium is het niet-denken. `Niet-denken' houdt in dat het bewustzijn in een diepe slaap verkeert - muladhara. Het bewustzijn is er wel, maar in zo'n diepe slaap verzonken dat je geen spoor van hem kunt ontdekken. In de rots is God aanwezig, in een diepe slaap. In de mens is hij een beetje wakker geworden, een heel klein beetje maar, niet heel erg. In de rots ronkt hij in een diepe slaap. Als je heel aandachtig luistert, kun je het snurken horen... God snurkend. Daardoor zijn rotsen zo prachtig, in diepe stilte, zonder tumult, zonder onrust, geen behoefte om ergens naar toe te gaan. Dit is de toestand van niet-denken. `Niet-denken' bedoelt niet dat ze geen bewustzijn hebben. Het bewustzijn heeft zich simpelweg nog niet gemanifesteerd. Het bewustzijn rust nog in het zaad, het is onderweg naar ontwaken, bereidt er zich op voor. Vroeg of laat zal zijn ochtend aanbreken en zal de rots een vogel worden die zijn vleugels uitslaat, of een boom worden die gaat bloesemen.

Het tweede stadium noemen zij het onbewuste. In de bomen is het bewustzijn al aanwezig maar niet zoals in de rots, God is niet meer de God van de rots. Niet bewust, onbewust. Bomen hebben gevoel. Ze kunnen niet voelen dat ze voelen maar ze vóélen. Begrijp het verschil. Als een boom een klap krijgt, voelt de boom dat, maar hij kan niet voelen dat hij het voelt. Zoveel bewustzijn heeft hij ook weer niet. Het gevoel is er, de boom is gevoelig. Recente proefnemingen wijzen uit dat bomen ongelooflijk gevoelig zijn.
Dit noemen zij het onbewuste. Het bewustzijn is er... maar bijna als iemand die slaapt.
's Ochtends kun je je herinneren dat het een heerlijke nacht is geweest en zeg je: `Ik heb vast geslapen, ik heb een zeer diepe slaap gehad.' Maar je herinnert je dit 's ochtends, niet op het moment dat je echt sliep. Je herinnert het je naderhand, bij wijze van terugblik. Het bewustzijn sliep en functioneerde niet op dat moment. Hij functioneerde alleen bij wijze van terugblik, naderhand. In de morgen herinner je je het - een heerlijke nacht, zo'n geruststellende en satijnzachte nacht, zo'n diepe stilte en zo'n gelukzaligheid - maar je onderkent dat pas 's ochtends.

Het derde stadium is dat van het onderbewuste. Het onderbewuste denken treffen we aan in vogels, in dieren. Het is als dromen. In een droom ben je net een beetje bewuster dan in de slaap. Je kunt van rotsen zeggen dat ze in coma zijn - 's ochtends zullen ze zich niet eens kunnen herinneren hoe diep hun slaap wel is geweest, het is immers een coma. Dan kun je van bomen zeggen dat ze slapen - als zij wakker worden, zullen ze het zich herinneren. En van vogels en dieren tenslotte kun je zeggen dat ze dromen - zij komen de mens zeer nabij. Daarom noemen zij dit het onderbewuste.

Het vierde stadium is het bewuste. Nu zijn we bij de mens. Nog niet erg bewust, niet meer dan een flikkering, niet meer dan een kleine golf van bewustzijn - en dat ook nog alleen maar wanneer hij in verschrikkelijk groot gevaar verkeert, anders niet. Als iemand plotseling op hem afkomt om hem met een dolk te doden, word hij bewust. In dat ogenblik is er een immens bewustzijn, een immense intelligentie, uitstraling. Het denken komt tot stilstand. Hij wordt een vlam. Alleen in zeldzame ogenblikken wordt hij echt bewust, op andere momenten loopt hij rond als een slaapwandelaar.

Het vijfde stadium noemen zij het benedensuperbewuste. In het vorige stadium, het vierde, dat van het bewuste, is het bewustzijn niet meer dan een flikkerend iets, heel vluchtig, onbestendig, het komt en gaat zonder dat je er macht over hebt - je kunt het niet oproepen als je het nodig hebt. Alle religies bewegen zich in het gebied tussen het bewuste en het superbewuste. Alle yogatechnieken, alle technieken als zodanig dienen tot niets anders dan om je bewustzijn te transformeren in een superbewustzijn. Gurdjieff noemt het zelfherinnering, Kabir noemt het surati-yoga. `Surati' betekent ook herinnering. Jezus zegt herhaaldelijk: Wees bewust! Wees waakzaam! Kijk! Boeddha zegt: Wees op je hoede. Krishnamurti heeft het herhaaldelijk over gewaarzijn. Veertig jaar lang heeft hij het over niets anders gehad dan over gewaarzijn. De hele boodschap is vervat in dat ene woord; dat woord is de brug tussen het bewuste en het superbewuste.

Het zesde stadium noemen zij het superbewuste. Het benedensuperbewuste helpt ons als we wakker zijn en soms kan het zelfs in onze dromen bij ons zijn. Maar niet in onze diepe slaap. Als Krishna in de Gita zegt: “De yogi is wakker zelfs wanneer de hele wereld slaapt”, dan heeft hij een hogere toestand op het oog, die de mystici de zesde noemen, het superbewuste. Dan blijft iemand zelfs alert in de slaap. Al slaapt hij nog zo diep, het bewustzijn verlaat hem niet. Dit is dan het zesde stadium. Uit dat zesde groeit heel spontaan het zevende, we hoeven er niets voor te doen.

Het zevende stadium noemen zij, om de cirkel rond te maken, niet-denken. Het eerste is het niet-denken van een rots, het laatste het niet-denken van een god. Om die eenheid tot uitdrukking te brengen hebben de Boedhisten stenen beelden van de goden gemaakt. Om die eenheid, de gesloten cirkel, te laten zien hebben zij stenen beelden van God gemaakt, zodat steen (het eerste) en God (het laatste) elkaar ergens ontmoeten. Weer hebben we dus een niet-denken. Je mag het de ziel noemen, God, verlichting, nirvana, verlossing of wat je maar wilt.

Dit zijn de zeven stadia. En het is de regenboog die de mens is. Maar geen enkele kleur mag afgewezen worden. Alle kleuren moeten worden opgenomen in de regenboog, zoals ook alle muzikale tonen, de zeven grondtonen van de muziek, deel moeten uitmaken van een melodie en alle zeven chakra's, van muladhara tot sahasrara, een eenheid moeten vormen. Het is niet de bedoeling dat we van een of ander chakra niet willen weten, want het afgewezen chakra zal verhinderen dat we een geheel worden en iemand die niet heel is, kan nooit gezond worden. Alle chakra's moeten samen een hiërarchie, een eenheid, vormen. Ze zijn allemaal afgestemd op één centrum.

Een waarachtig mens doorleeft de hele regenboog, van de rots tot aan God, van het eerste niet-denken tot het laatste niet-denken. Hij is het hele spectrum. Hij leeft zijn leven totaal. Niets wordt afgewezen, alles wordt gebruikt. voelt iets aan als een dissonant, dan bewijst dit alleen maar dat we nog niet de kunst verstaat om het te gebruiken. Het kan zijn nut hebben. Vergif kan een medicijn worden als je maar weet hoe we het kunnen transformeren. En nectar kan ook wel eens als vergif werken als we hem niet op de goede manier opnemen.
Als we eenmaal weten hoe we woede kunnen gebruiken, zullen we merken dat woede ons een scherpzinnigheid kan geven als van een geslepen zwaard. Als woede goed gebruikt wordt, geeft ze ons een scherpzinnigheid, een schittering, een geweldige levenskracht. Als we seks goed gebruiken, vervult ons dat met een liefde die je met werkelijk iedereen kunt delen, zonder dat ze ooit opraakt. Als we seks goed gebruiken, kunnen we daardoor onze wedergeboorte beleven. Gewoonlijk brengen we met seks kinderen voort, buitengewoon gebruikt helpt seks ons het allerinnigste, allerintiemste wezen voort te brengen dat we zijn. Alles wat we hebt, moet tot eenheid gebracht worden.
Niets is waardeloos. We mogen niets verwerpen, anders zullen we het op zekere dag berouwen. Alles moet gebruikt worden. We moeten ervoor zorgen dat we rijker aan inzichten worden, rijker aan geest, rijker aan bewustzijn en we moeten eens goed bij onszelf naar binnen kijken en ons afvragen hoe we dat wat we daar aantreffen, tot een hogere harmonie kunnen brengen. Dat is alles. Zoals we nu zijn, zijn we een menigte. Zoals we nu zijn, zijn we geen individu. We zijn nog geen regenboog: alle kleuren leiden hun eigen leven, ze bewegen zich in uiteenlopende richtingen, ze weten van geen centrum. Zoals we nu zijn, zijn we geluid maar geen muziek. Maar bedenk: in dit geluid zijn alle tonen al aanwezig. In een ander arrangement, in een beter, esthetischer, artistieker arrangement zullen ze prachtige muziek gaan vormen. Het enige dat we nodig hebben is een diepe, esthetische blik in ons wezen.

Home
footer